voor ondernemers

 

Wilt u een kindcentrum of een gastouderbureau starten?

Als ondernemer heeft u met wet- en regelgeving te maken

Als ondernemer in de kinderopvang heeft u met wet- en regelgeving te maken

Als u een kindcentrum (kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, gastouderopvang of buitenschoolse opvang) of een gastouderbureau wilt starten, krijgt u te maken met de regels van de overheid. Wat u moet doen, leest u in het stappenplan voor het starten van een kindcentrum of het stappenplan voor het starten van een gastouderbureau

Wilt u een bestaande locatie van een kindcentrum uitbreiden of wijzigen?
Wilt u een bestaande locatie van een kinderdagverblijf, een peuterspeelzaal of buitenschoolse opvang uitbreiden of wijzigen? Dan krijgt u te maken met de regels van de overheid. Wat u moet doen, leest u in het stappenplan voor het uitbreiden of wijzigen van een kindcentrum.

Klachten over toezicht kinderopvang
Heeft u als houder van een kindcentrum, gastouderbureau of als gastouder een klacht over het toezicht door de inspecteur? Dan kunt u bij de betrokkenen uw klacht bespreekbaar maken. Als dit niet leidt tot een oplossing, kunt u een klacht indienen bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. De klacht wordt behandeld volgens de klachtenprocedure.

Vragen? 
Als u vragen heeft over het toezicht, dan kunt u contact met de GGD opnemen. De afdeling Toezicht Kinderopvang is dagelijks te bereiken tussen 8.30 en 17.00 uur, telefoon 010 498 40 15. E-mail: kinderopvang@rotterdam.nl 

Registratie Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP)
In het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) staan kinderdagverblijven, organisaties voor buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen, gastouderbureaus en gastouders geregistreerd. Ouders komen alleen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag als het kindcentrum in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen geregistreerd staat.

Aanvraag
De formulieren die nodig zijn voor de aanvraag van inschrijving of een wijziging daarin, vindt u op deze internetpagina van de Rijksoverheid. Volledig ingevulde formulieren kunnen bij voorkeur digitaal worden opgestuurd aan:
Gemeente Rotterdam 
Toezicht en Handhaving Kinderopvang
Postbus 70014
3000 KS Rotterdam
kinderopvang@rotterdam.nl

U ontvangt altijd een ontvangstbevestiging.

Toezicht en handhaving volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Toezicht
De GGD beoordeelt jaarlijks bij kindercentra, gastouderbureaus en steekproefsgewijs bij gastouders, of zij aan de kwaliteitseisen voldoen. De inspecties vinden onaangekondigd plaats. De GGD-toezichthouders beoordelen onder andere of het beleid op het gebied van hygiëne, veiligheid en de pedagogische aanpak voldoet aan de wettelijke voorschriften. Ook beoordelen ze of dit beleid duidelijk is voor de ouders en of het in de praktijk wordt uitgevoerd. Daarnaast onderzoeken de toezichthouders of de medezeggenschap, informatievoorziening en klachtenafhandeling voor ouders goed is geregeld. Ook kijken zij of er een goede verhouding is tussen personele inzet, het geplaatste aantal kinderen en de beschikbare ruimte. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.
Voor meer informatie over het toezicht op de kinderopvang door de GGD en voor de nieuwsbrief toezicht kinderopvang kunt u kijken op de website van de GGD, op de pagina Toezicht Kinderopvang.

Vragen over toezicht van de GGD Rotterdam-Rijnmond?
Als u vragen heeft over toezicht door de GGD, neem dan contact op met Toezicht Kinderopvang. U kunt dit doen via telefoonnummer: (010) 498 40 15. 

Handhaving  
Op basis van het inspectierapport, de wet en regelgeving en het gemeentelijke handhavingsbeleid, wordt besloten welke maatregelen er genomen worden. Dit kan een herstelmogelijkheid zijn variërend van een waarschuwing tot een exploitatieverbod. Daarnaast kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.
Kindcentra die niet voldoen aan de kwaliteitseisen, kunnen worden verwijderd uit het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. De gemeente publiceert dit op haar website.

Vragen over handhaving?
Als u vragen heeft over de handhaving door de gemeente, neem dan contact op met Handhaving Kinderopvang. U kunt die toen via telefoonnummer: (010) 498 4014.

Extra taaleisen pedagogisch medewerkers
Vanaf 1 augustus 2013 moeten leidsters in de Rotterdamse voor- en vroegschoolse educatie aan hogere taalvaardigheidseisen voldoen. Sinds die tijd moet minimaal één pedagogisch medewerker per groep de Nederlandse taal op mbo-4 niveau beheersen. Voor sommige kinderen is de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf de eerste en soms enige plaats waar zij in aanraking komen met de Nederlandse taal.

Vanaf 1 augustus 2013 moeten leidsters in de Rotterdamse voor- en vroegschoolse educatie (vve) aan hogere taalvaardigheids-eisen voldoen. Het gaat hierbij om de vaardigheden gesprekken voeren en luisteren. Het niveau van die vaardigheden moet van 2F stijgen naar 3F.

Extra eis voor peuterleidsters Rotterdam
De verbetering van de Nederlandse taalvaardigheid van leidsters in de vve is een afspraak die de gemeente Rotterdam voor de periode 2012-2015 heeft gemaakt met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Landelijk gezien moeten peuterleidsters in het bezit zijn van een diploma op mbo-3 niveau. Voor het behalen van dat diploma is sinds het schooljaar 2012-2013 een Nederlandse taalvaardigheid op niveau 2F (mbo-3) vereist. Voor peuterleidsters die in Rotterdam in de vve aan de slag willen, komt daar een eis bij. De taalonderdelen gesprekken voeren en luisteren moeten zij namelijk op niveau 3F (mbo-4) beheersen. Vanaf 1 augustus 2013 moet één medewerker per groep aan die strengere taaleis voldoen, een jaar later geldt die strengere eis voor twee medewerkers per groep.

Peuterleidsters hebben voorbeeldrol
In Rotterdam beginnen veel kinderen met een achterstand op de basisschool, ook op het gebied van taal. Voor sommige kinderen is de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf de eerste en soms enige plaats waar zij in aanraking komen met de Nederlandse taal. Daarom is het van groot belang dat peuterleidsters een goede mondelinge Nederlandse taalvaardigheid hebben. Alleen dan kunnen zij hun voorbeeldrol goed vervullen, zowel richting de kinderen als hun ouders.

Taalvaardigheid behoeft verbetering
De Inspectie van het Onderwijs heeft in het verleden geconstateerd dat de Nederlandse taalvaardigheid van leidsters in de Rotterdamse vve verbetering behoeft. De resultaten van de taaltoetsen die in 2011 en 2012 zijn afgenomen onder zevenhonderd leidsters, bevestigden de bevindingen van de Inspectie. Op 13 december tekenden organisaties in de kinderopvang, de schoolbesturen en de gemeente Rotterdam een convenant waarin afspraken staan vermeld waarmee ze de Nederlandse taalvaardigheid van alle leidsters in de Rotterdamse vve op het gewenste niveau gaan brengen met als doel dat kinderen gaan excelleren. Rotterdam is hiermee één van de koplopers in Nederland.

Afbeelding voor het bijhouden van paginastatistieken